Top navigation

Poorten Van De Hel

Door: Ratna-bhusana-bhusana dasa

Het is een feit dat de hel bestaat. Srila Prabhupada schrijft,

“Soms geloven mensen deze beschrijvingen van de hel niet, maar of iemand ze nou gelooft of niet, de wetten van de natuur moeten alles uitvoeren, en ze kunnen door niemand omzeilt worden.”

“Agnosten geloven misschien niet in de hel, maar Sukadeva Goswami bevestigt het bestaan van de Naraka planeten, die tussen de Garbhodaka Oceaan en Patalaloka liggen.”

Zogezegd kunnen we ons misschien afvragen, “Als God zo genadig is, waarom is er dan een hel?”

Deze vraag duidt op een fundamentele misconceptie over de aard van genade.

De opvatting van het valse ego is dat genade onze iccha en dvesha respecteert, onze voorkeur en afkeer, wat neerkomt op dat we geluk willen ervaren en lijden willen vermijden. Alleen staat de werkelijke natuur van genade haaks op de belangen van het valse ego, omdat genade nooit nadelig kan zijn voor iemands welzijn op lange termijn.

Wat is genade precies?

De basisdefinitie van de parampara is dat ware genade het oplossen van de duisternis van onwetendheid is, het vernietigen van misconcepties en het reinigen van het materiële vuil uit het hart. Ware genade is mensen te situeren in waarheid, onze drang naar genot te verwijderen, en ons op weg helpen naar liefdevolle toegewijde dienst. Alles wat daar tegenin gaat, hoe plezierig dat nu ook moge zijn, is rechtstreeks tegengesteld aan genade. Het is wreedheid.

De hel bestaat dan ook, omdat het ontwikkelde bewustzijn van menselijke wezens verantwoordelijkheid met zich meebrengt. Als we die misbruiken, en schade en geweld (himsa) toebrengen aan andere levende wezens, als we afwijken van het pad van dharma, dan zijn we aansprakelijk.

“Een menselijk wezen dat zijn ontwikkelde bewustzijn niet gebruikt, en in plaats daarvan handelt als een beest, ondergaat zeker bestraffing op verschillende helse planeten.” [SB 5.26.17]

“De geconditioneerde zielen, die naar deze materiële wereld gekomen zijn voor zinsbevrediging, wordt toegestaan van hun zintuigen te genieten volgens speciale regulerende principes. Als ze met deze voorschriften breken, dan worden ze beoordeeld en bestraft door Yamaraja.” [SB 5.26.6]

Alleen kunnen we ons nog steeds afvragen, “Maar waarom zo streng en zo lang?”

Het simpele antwoord op die vraag is dat we nederig moeten erkennen dat we gewoon niet weten hoe we het universum moeten leiden en besturen, ook al denken we vaak van wel. (Dit doet me denken aan de film met Jim Carrey, “Bruce Almighty.”)

We moeten onze beperkingen en gebrek aan expertise aanvaarden. God staat toe dat de hel bestaat, want deze vervult een rol. Zoals Sukadeva Goswami duidelijk maakt, terwijl zondaars lijden in de hel, herinneren ze zich hun eigen zondige activiteiten (atma-shamalam smaranti). Ze weten waarom ze gestraft worden, en dat laat een diepe indruk in hun geest achter. Zodra ze terugkeren naar een menselijke levensvorm, met de helse ervaring achtergebleven in hun onderbewuste, zijn individuen doorgaans minder geneigd de zonden van hun vorige leven te herhalen, waarvoor ze de vorige keer gestraft zijn.

De hel is dus in feite een correctionele inrichting voor de zielen die al te losbandig leven, en die denken dat ze kunnen doen wat ze maar willen, zonder dat iemand ze kan zeggen wat ze wel of niet mogen doen. Als het met vriendelijke woorden en goede raad niet lukt, dan gebruikt het universum andere manieren om mensen tot inzicht te brengen.
Ondanks dit alles, probeert een vaishnava te voorkomen dat mensen de kwellingen van de hel moeten ondergaan. Nadat Maharaja Pariksit hoorde over de hel, vroeg hij zijn geestelijk leraar,

“O zeer fortuinlijke en opulente Sukadeva Goswami, vertel me nu alstublieft hoe menselijke wezens gered kunnen worden van helse omstandigheden waarin ze vreselijke pijnen lijden.” [SB 6.1.6]

Het is zeker het vermelden waard dat na de beschrijving van de helse planeten in het Vijfde Canto van het Bhagavatam het Zesde Canto volgt, dat wordt overheerst door het thema poshana, bescherming door de Heer. Om de kracht van toegewijde dienst te bewijzen beschrijft Sukadeva Goswami het relaas van Ajamila.Ajamila

“In dit verband beschrijven schriftgeleerden en heiligen een historisch incident waarbij een discussie ontstond tussen de dienaren van Heer Vishnu en die van Yamaraja. Hoor hier alstublieft over van me.” [SB 6.1.20]

Dit historische voorbeeld is verhaald om Maharaja Pariksit (en ieder van ons) te overtuigen van de potentie van bhakti-yoga, dat begint met het chanten van de naam van de Heer. Zoals Ajamila gered werd van de hel door simpelweg eenmalig de naam te chanten van Heer Narayana, zo kan iedere ziel, zelfs vandaag de dag, dezelfde zegening krijgen door het chanten van de naam van Krishna. En dat is genade die iedere beschrijving te boven gaat.

Iedere dag sterven op Aarde zo’n 200.000 mensen, en het vreselijke, afschrikwekkende feit is dat de meesten van hen direct naar de hel gaan. Dit zou iedere zachtaardige ziel wakker moeten schudden. We doen er goed aan ons somberheid over de penibele situatie van de mensheid om te zetten in constructief spiritueel werk, en ernaar te streven een bekrachtigd vaishnava te worden en te werken aan de verlichting van de moderne samenleving.

Het is dringend. Elke dag dat we onze spirituele beoefening uitstellen en verslappen gaan er mensen naar de hel. Zo’n klap in het gezicht zou iedereen sober maken. Maar we kunnen ook weer niet als een dolle iedereen aan zijn jas trekken, en empatisch waarschuwen voor de gevaren van de hel. Die aanpak werkt tegenwoordig niet. Mensen zouden denken dat je niet goed wijs bent. We moeten ons dus intelligent gedragen. Maar we moeten altijd de urgentie en ernst van de zaak in gedachten houden, wat er gebeurt buiten weten van de mensen om, en wat ons te doen staat.

Over de schrijver:
Ratna-bhusana-bhusana dasa is een discipel van Ravindra Svarupa prabhu (ACBSP). Hij is geboren in Iran en woonachtig in Stockholm, Zweden, waar hij leeft als monnik. Hij is een gecertificeerd persoonlijk coach.
http://hrdayatarala.blogspot.nl/

Comments are closed.