Top navigation

De koning

koresh9Door: Linda van den Akker

Deze week is het thema: De koning

Bij een koning denken de meeste mensen aan iemand die veel materiele dingen bezit. In de geschiedenis in het Krishna boek (van A.C. Bhaktivedanta Swami Prabhupada), is Krishna de koning van Dwarka. Rukmini is één van Zijn koninginnen.

 

Rukmini spreekt tot Krishna:

Blz. 212-213

 

“Mijn lieve Heer, Je hebt gezegd dat je totaal geen koninklijke macht bezit, en ook dat is juist. Je bent niet alleen verstoken van de opperheerschappij, over de stoffelijke wereld, maar ook Je dienaars, degenen die min of meer aan Je lotusvoeten gehecht zijn, laten hun heersers-houding varen, omdat ze een materiële positie als de diepste duisternis zien, die hun vooruitgang naar de geestelijke richting tegenhoudt. Je dienaren zijn niet in een materiële heersers-positie geïnteresseerd, dus wat zal die Jou interesseren. Je hebt jezelf beschreven als bezitloos, maar dat betekent niet dat Je arm bent. Aangezien er niets anders bestaat dan Jij, is het nergens voor nodig dat Je iets bezit – Je bent Zelf al alles. In tegenstelling tot anderen, hoef  je nooit iets buiten Jezelf aan te schaffen. Alle tegenstellingen kunnen in Jou worden verzoend, omdat Je absoluut bent. Je bezit niks, maar niemand is rijker dan Jij. In de stoffelijke wereld kan niemand rijk zijn zonder bezittingen. Maar aangezien Jij, mijn Heer, absoluut bent, kun Je in Jou de tegenspraak verzoenen dat Je niets bezit en terzelfdertijd de rijkste bent. In de Veda’s wordt verklaard, hoewel Je geen stoffelijke armen en benen hebt, Je alles aanneemt wat Je toegewijden Je in liefde offeren. Je hebt geen materiële ogen en oren, maar toch kun Je overal alles zien en overal alles horen. Hoewel Je niets bezit, komen de grote halfgoden, die door anderen worden aanbeden en vereerd, tot Jou en aanbidden Je, opdat Je ze Je genade schenkt. Dus hoe kun Jij als arm worden beschouwd?”

Rukmini“Lieve Heer, Je hebt verder verklaard dat de rijkaards onder de mensen Je niet aanbidden. Ook dat is juist, want degenen die opgeblazen zijn vanwege hun have en goed, wensen hun bezittingen slechts voor zinsbevrediging te benutten. Wanneer een arme rijk wordt, maakt hij dadelijk plannen hoe hij zijn zinnen zal bevredigen. Dat komt omdat hij niet geleerd heeft hoe hij zijn zuurverdiende geld dient te besteden. In de ban van de uitwendige energie denkt hij dat zijn geld het beste voor zinsbevrediging kan worden besteed en zo verzuimt hij tot bovenzinnelijke dienst over te gaan. Lieve Heer, Je hebt gezegd dat lieden die niets bezitten Je zeer dierbaar zijn. Je toegewijden laten alles los, om slechts Jou te kunnen bezitten. Zo zie ik dat een grote wijze als Narada Muni, die geen enkele vorm van stoffelijk bezit heeft, Je zeer dierbaar is. Dergelijke lieden hebben nergens belangstelling voor, behalve voor Jou, mijn Heer.”

 

 

Comments are closed.