Top navigation

Veel Gestelde Vragen

Over ons uiterlijk

Q: Waarom dragen jullie van die jurken ?

A: De vraag die we vaak krijgen is “Jij bent een Hare Krishna, maar je hebt gewoon een spijkerbroek aan. Waarom draag jij dan niet zo’n oranje jurk?”

De mensen die in de volksmond de Hare Krishna’s worden genoemd, volgen de Vedische cultuur. Bij deze cultuur horen bepaalde gebruiken maar ook een zekere kledingstijl. Voor de vrouwen zijn dit sari’s en voor de mannen dhoti’s.

Als je in India komt, en zeker in de heilige plaatsen, zie je dat bijna iedereen deze kleren draagt. Behalve dat de kleding verkoelend werkt en reinheid uitstraalt, bevat de kleding ook een diepere essentie die betrekking heeft op spiritualiteit.

Je kunt het ook zien als een soort uniform waar je je mee kan identificeren. Een persoon die in het leger zit en zijn/haar uniform aanheeft om het land te vertegenwoordigen zal zich automatisch anders gedragen en een andere (meer verantwoordelijke) rol aannemen.

Een Vedische outfit kan je zien als het uniform van de toegewijde, waarmee hij/zij Krishna vertegenwoordigt. Juist vanwege deze verantwoordelijkheid tracht je jezelf zo goed mogelijk te gedragen en open te staan om te groeien.

Tevens helpt deze kleding je om je ijdelheid wat in te krimpen of kwijt te raken door dus niet gehecht te zijn aan dat sexy truitje of die hippe broek. Kleding beïnvloed ook je bewustzijn en je gedrag. Door het dragen deze sari en dhoti worden we steeds aan spiritualiteit herinnerd en worden we geholpen ons bewustzijn op God te richten.

Natuurlijk zit liefde voor God niet in een kledingstuk. Vandaar dat je ook gewoon je westerse kleding aan kan (ook uit praktische overwegingen voor je werk of school). Krishna Bewustzijn zit per slot van rekening in je hart, maar de kleding helpt je dit bewustzijn nog meer te doen ontwikkelen.

Q: Waarom scheren mannen hun hoofd kaal ?
A: Hare Krishna mannen scheren hun hoofd kaal als symbool van onthechting van de materiële levensstijl en toewijding aan spirituele doelen. Het kleine stukje haar op de achterkant van hun hoofd geeft aan dat ze toegewijden van Krishna zijn. Hierbij scheiden ze zich af van andere spirituallisten die hun hoofd kaalscheren, zoals bijvoorbeeld de boeddhisten.

Het hoofd kaalscheren is niet verplicht voor toegewijden van Krishna en het wordt meestal gedaan door mannen die in een kloosteromgeving (ashram) leven. De meeste Hare Krishna mannen leven en werken buiten Krishna gemeenschappen en scheren hun hoofd niet kaal.

Q: Wat zijn dat voor nekkralen die jullie dragen ?
A: Deze nekkralen symboliseren overgave aan God. Ze dienen om de drager er aan te herinneren dat we allemaal dienaar van God zijn. De kralen zijn gemaakt van Tulasi hout. Tulasi is een groot toegewijde die in de materiële wereld is verschenen in de vorm van een plant. Door deze kralen te dragen plezieren we Krishna

Q: Wat is dat teken op jullie voorhoofd?
A: Dat is tilak en het is het traditionele teken om aan te geven dat men een toegewijde van Krishna is. Tilak is gemaakt van heilige klei uit een heilige plaats in India en het markeert het lichaam als een tempel. Het wordt gedragen om zowel de drager als anderen eraan te herinneren dat in het lichaam niet alleen de individuele ziel aanwezig is maar ook de Superziel, Krishna. Het lichaam is heilig en zou moeten worden gebruikt om Gods doel te dienen.

Over onze gebruiken

Q: Waarom aanbidden jullie afgoden?
A: We aanbidden geen afgoden. Afgoderij is het aanbidden van een ingebeelde vorm van God. Het aanbidden van de Beeldgedaante is geen afgoderij, maar is aanbidding van de Heer volgens Zijn instructies.

God is spiritueel, maar Krishna onthult in de Bhagavad-gita dat de materie Zijn energie is. We kunnen het spirituele niet waarnemen in onze huidige toestand, dus daarom stelt Krishna ons in staat om Hem te kunnen zien in Zijn Beeldgedaante, die gemaakt is van materiële elementen. Hij vertelt ons dat de Beeldgedaante die volgens de aanwijzing van de geschriften op het altaar wordt geplaatst aan Hem identiek is.

Q: Waarom aanbidden jullie een plant ?
A: Het aanbidden van Krishna’s toegewijden is een belangrijk aspect van devotie voor Hem. Soms verschijnen grote toegewijde in niet-menselijke levensvormen. Één zo’n toegewijde is Tulasi. Zij dient Krishna in de vorm van een plant, en de toegewijden aanbidden haar in deze vorm. Ze is vol liefde voor Krishna en kan dit ook aan anderen geven.

Srimad-Bhagavatam (3.15.19) legt de speciale positie van de Tulasi plant uit: “Er zijn veel bloeiende planten vol met transcendentale geuren in het spirituele rijk, maar ze zijn zich er van bewust dat Tulasi bijzondere voorkeur geniet bij de Heer, die Zichzelf bekranst met Tulasi blaadjes.”

In haar vorm als een plant verblijft Tulasi altijd aan de lotusvoeten van de Heer en om Zijn nek. Haar blaadjes en bloemen versieren Zijn voeten en er worden bloemenkransen van gemaakt zodat ze om Zijn nek kunnen worden gedragen.De Vedische geschriften zeggen, “Krishna geeft Zichzelf aan een toegewijde die Hem slechts een Tulasi blad en een handjevol water offert.”

Het hout van Tulasi planten wordt gebruikt om het gebedssnoer waarmee de toegewijden de Hare Krishna mantra reciteren te maken. Ook dragen de toegewijden heilige kralen van Tulasi hout om hun nek als ketting.

Q: Waarom buigen jullie in de tempels ?
A: Neerbuigen is een teken van overgave en nederigheid voor God. Toegewijden van Krishna buigen voor de Heer als een gebaar om aan te geven dat ze zichzelf aan Hem geven in dienstverlening en liefde.

Q: Waarom drinken jullie geen koffie, thee of alcohol?
A: Cafeïne, nicotine en alcohol zijn allemaal in meer of mindere mate bedwelmende middelen. Dat wil zeggen, ze hebben allemaal een giftig en verslavend effect op het lichaam. Toegewijden van Krishna eten en drinken alleen dingen die eerst aan Hem geofferd kunnen worden en in de geschriften staat dat Hij alleen zuiver en voedzaam voedsel accepteert. Door af te zien van cafeïne, nicotine, alcohol een soortgelijke middelen houden de toegewijden hun geest helder om te kunnen concentreren op spirituele doelen.

Q: Waarom hebben jullie van die ongewone namen ?
A: Onze namen zijn in het Sanskriet, de taal van de Vedische traditie. Deze namen worden gegeven door de spiritueel leraar wanneer de inwijding plaatsvindt. Deze inwijding wordt gezien als de tweede geboorte. Het zijn namen van God, of van iets of iemand gerelateerd aan Hem. Ze dienen om iedereen die deze namen hoort te zuiveren en aan Krishna te herinneren. Elke naam wordt vergezeld door het Sanskriet woord voor “dienaar” (dasa voor mannen en dasi voor vrouwen). Op die manier erkennen we dat we allemaal deel zijn van de grote familie van God’s dienaren.

Q: Waarom zijn jullie celibatair ?
A: Ingewijde leden van de Hare Krishna beweging die niet getrouwd zijn leven de gelofte van gehele seksuele onthouding na. Voor ingewijde getrouwde leden is het toegestaan om seks te hebben voor de voortplanting.

De ziel is een spiritueel wezen dat gevangen wordt gehouden in een materieel lichaam. Het materiële lichaam heeft verlangens die niets te maken hebben met de ziel, en het beantwoorden van deze verlangens bevredigt de ziel niet. Het doel van het leven is om het lichaam en de materiële wereld te transcenderen. Seks bindt leven na leven ons bewustzijn aan het lichaam, de bijbehorende geneugten en de materiële wereld. Het menselijk leven is bedoeld om de ziel uit deze wereld te bevrijden dus het is cruciaal om goed om te gaan met seks en de aantrekkingskracht voor seks.

Het celibaat stelt serieuze spirituele beoefenaars in staat om al hun energie te richten op de beoefening van bhakti.

Q: Wat doen jullie in jullie tempels ?

A: We komen samen om de Beeldgedaanten van de Heer te vereren, Hare Krishna en devotionele liederen te zingen, lezingen over de Vedische geschriften te horen, en het gezelschap van gelijkgestemde zielen te genieten.Onze tempels zijn open voor het publiek. Er worden de gehele dag diensten gehouden, maar de meeste bezoekers komen voor het speciale zondagsprogramma, het “zondagsfeest.”

Ons zondagsfeestprogramma bestaat meestal uit een formele ceremonie die arat wordt genoemd. Hierbij worden de Beeldgedaanten van Krishna vereerd en worden er tegelijkertijd heilige liederen gezongen door de aanwezige mensen. Het wordt gevolgd door een lezing over de Vedische geschriften. In sommige tempels worden er bijvoorbeeld toneelstukken opgevoerd of er wordt meer gezongen. Een vast onderdeel van het feest is altijd een heerlijke vegetarische feestmaaltijd van prasadam (aan Krishna geofferd voedsel) voor alle aanwezigen.

Q: Wat is bhakti ?
A: Bhakti betekent liefde voor God, of zoals Srila Prabhupada het vertaalde, zuivere devotionele dienstverlening aan God. (Het Sanskriet woord voor bhakti is bhaj, wat “liefdevolle dienstverlening” betekent.). Bhakti is de kern van de eeuwige relatie die wij zielen hebben met Krishna. In het materiële bestaan is onze bhakti bedekt door ons materiële bewustzijn en wordt weggeleid van Krishna naar de tijdelijke dingen van deze wereld. Daardoor zijn we nooit volledig tevreden. We kunnen onze bhakti laten ontwaken door bhakti te beoefenen. Met andere woorden, we kunnen onze liefde voor Krishna doen herontwaken de liefdevolle daden voor Hem te verrichten. Yoga betekent “connectie”. Het proces waardoor we in contact kunnen komen met Krishna door middel van liefdevolle handelingen is dus bhakti yoga.

Werkelijk houden van God is meer dan alleen maar zeggen, “Ik hou van God.” We kunnen zuivere liefde voor Krishna ontwikkelen door middel van een geleidelijk proces dat ons door steeds hogere sferen van bhakti heen leidt.

Het proces van bhakti is systematisch en wordt uitvoerig beschreven door de volgelingen van Heer Caitanya in boeken zoals bhakti-rasamrita-sindhu (gepresenteerd Srila Prabhupada als De nectarzee van zuivere toewijding). In deze boeken worden niet alleen instructies gegeven maar het zijn ook handwijzers waarmee de student van bhakti zijn of haar vooruitgang kan beoordelen.

Het herontwaken van bhakti de vindt plaats in drie opeenvolgende stadia: (1) gereguleerde beoefening, (2) gehechtheid, en uiteindelijk (3) zuivere liefde.

Q: Wat is de Hare Krishna Gemeenschap?
A: Vijfhonderd jaar geleden onderwees Heer Caitanya Mahaprabhu, de meest recentelijke incarnatie van Krishna, dat iedereen het doel van de Bhagavad-gita kan verwerkelijken door Krishna’s heilige namen te chanten: Hare Krishna, Hare Krishna, Krishna Krishna, Hare Hare/ Hare Rama, Hare Rama, Rama Rama, Hare Hare.

Sri Krishna en Sri Caitanya Mahaprabhu onderwezen beiden bhakti yoga, de spirituele beoefening om met God in contact te komen door liefdevolle dienstverlening voor Hem te verrichten. In 1966 stichtte A.C. Bhaktivedanta Swami Prabhupada, beter bekend als Srila Prabhupada, de Internationale Beweging voor Krishna Bewustzijn.

Srila Prabhupada en zijn discipelen maakten het chanten van de Hare Krishna mantra in de jaren zestig en zeventig populair. De beweging verspreidde zich over de hele wereld. ISKCON (International Society for Krishna Consciousness) is de officiële naam voor de beweging van Prabhupada, maar de meeste mensen kennen het als de Hare Krishna beweging vanwege de Hare Krishna mantra die toegewijden altijd chanten.

Q: Wat zingen jullie op straat ?
A: We zingen meestal de Hare Krishna mantra, die samengesteld is uit namen van God:

Hare Krishna, Hare Krishna, Krishna Krishna, Hare Hare
Hare Rama, Hare Rama, Rama Rama, Hare Hare

God en Zijn namen zijn spiritueel gelijk aan elkaar en door Zijn namen te zingen hebben we omgang met Hem en worden we geleidelijk aan gezuiverd. Iedereen die deze verheerlijking van God hoort vindt hier ook spiritueel profijt bij

Q: Wie is Krishna?
A: Krishna is de Allerhoogste Persoonlijkheids Gods.
Krishna is de spreker van de Bhagavad-gita. Dit geschrift wordt over de hele wereld beschouwd als een van de grootste boeken van wijsheid. In de Gita, zoals het ook wel bekend staat, zegt Krishna herhaaldelijk dat Hij God Zelf is, de bron van alles.

Arjuna, de persoon tegen wie Krishna spreekt, accepteert Krishna’s woorden als waar, en hij zegt bovendien dat alle spirituele autoriteiten van die tijd eveneens bevestigen dat Krishna God is. De tradities die deze autoriteiten volgen hebben Krishna’s onderwijzingen aan onze huidige tijd overgeleverd.

Q: Worden jullie financieel gesteund ?

Toegewijden die wonen en dienen in tempels worden meestal onderhouden door de tempels, en het inkomen van de tempels komt voor het grootste gedeelte van donaties van de congregatie en van de boekenverkoop. In onze tempel in de Ardennen, Radhadesh, komen onze inkomsten voornamelijk van de rondleidingen, de boetiek en het restaurant. Toegewijden die buiten de tempels wonen onderhouden zichzelf en hebben een baan in de maatschappij.

Q: Heeft Hare Krishna iets te maken met Hindoeisme ?

Het antwoord is ja en nee.
Hindoeisme is een verzamel term geworden voor alles wat uit India komt qua cultuur en geloof. Je zou Hare Krishna kunnen scharen onder deze term, maar het zegt niets over de inhoud. Hare Krishna staat dus los van dit alles. Hare Krishna volgt de wetenschap van zelfrealisatie die we bereiken door Bhakti Yoga. Bhakti yoga is het proces waarin we liefde voor God ontwikkelen door Zijn heilige Namen te zingen en door Hem te vereren en te herinneren. Liefde voor God is dus niet verbonden aan een bepaald geloof of cultuur en kan door iedereen worden ontwikkeld.

Q: Wat is de rol van vrouwen in jullie organisatie ?

Vrouwen in de Hare Krishna beweging verrichten vrijwel dezelfde soort werkzaamheden als de mannen. Spiritueel gezien is er geen verschil tussen mannen en vrouwen omdat iedereen een spirituele ziel is. Srila Prabhupada onderwees dat iedereen die Hare Krishna (of een andere naam van God) reciteert en zich niet bezighoudt met zondige activiteiten, gezuiverd kan worden en terug kan keren naar het koninkrijk Gods.

Q: Wie heeft de “Waarheid” ?

Waarom ziijn er zoveel verschillende geloofsovertuigingen?
Als er maar een God is waarom zijn er dan zoveel groeperingen die allemaal zeggen dat zij de waarheid hebben?

Allereerst is het belangrijk te weten dat God geen religie heeft. Hij is geen Hindoe, Moslim, Boeddhist of Christen, God is ‘gewoon’ God. Maar hij heeft wel vele gezichten en vele namen, zoals Krishna, Allah, Buddha, Jahweh etc. Wij als mens hebben één naam, misschien twee, maar God zou God niet zijn als Hij er oneindig veel had. Zo ook met Zijn verschijningsvormen die allen een bepaalde gemoedstoestand met zich meedragen, echter zijn Zijn lessen steeds hetzelfde (het liefdevol dienen van God), hoewel anders benoemd en op een andere manier uitgelegd, afgestemd op zijn publiek.

Zo verscheen God op aarde in die vorm, en sprak in die taal die op dat moment paste bij het tijdperk en de levenswijze van de mensheid. We kunnen het vergelijken met een outfit en manier van spreken die we zelf ook hebben. Als we gaan sporten zien we er anders uit dan waneer we naar een chique congres gaan. We passen ons uiterlijk, houding en
taalgebruik aan naar gelang van tijd, plaats en omstandigheden. Wij blijven echter gewoon dezelfde. Je hebt het wellicht zelf ook wel dat je de één eerder vertrouwt dan de ander; afhankelijk van de uiterlijke vertoning en manier van spreken.

Ook onze naam is per situatie anders, voor de één ben je mevrouw of meneer zus-en-zo en de ander heeft een koosnaampje voor jou. Toch zal je naar beide luisteren omdat je weet dat jij daarmee
bedoeld wordt. God is dus in verschillende vormen en op verschillende plekken op aarde verschenen. Waarom niet in Nederland vragen veel (on)gelovigen zich af, waarom komt Hij nu niet? Nou, God kwam op plaatsen waar Hij al vereerd werd en waar mensen naar Hem luisterden. Dit is logisch: je komt zelf ook liever op een feestje waar je welkom en
uitgenodigd bent dan ergens waar men je niet ziet staan en geen aandacht aan je schenkt…zo is het met God ook.
Als mensen Hem niet willen kennen, laat Hij hen met rust, kwestie van vrije wil. Meer dan 5000 jaar geleden kwam God in Zijn oorspronkelijke vorm op aarde (in India) als Heer Krishna.

In de Bhagavad-gita legt Hij uit dat Hij de persoonlijkheid Gods is, de oorsprong van alle vormen. Krishna leert ons hoe we ons bewust van Hem kunnen worden en dat daarbij een spiritueel leven hoort. Zo kunnen we onze liefde voor Hem betuigen en spirituele vooruitgang maken. (Leven in Krishna-bewustzijn is als het ware de intercityplus onder de treinen; eentje die direct naar God Zelf toe gaat)

Echter is Krishna erg genadevol en zag na Zijn komst op aarde dat Zijn spirituele standaards voor velen te hoog gegrepen waren en niet iedereen ze kon volgen. Daarom kwam Hij ook in andere vormen pleitend dat men, al is het weinig, toch een spiritueel leven leidde. Zo incarneerde Hij bijvoorbeeld als Boeddha, en leerde de mensen die niet in God geloofden, of geen religie wilde/konden beoefenen, hoe zij in goedheid konden leven en gaf daarbij spirituele handvatten. Ook stuurde Hij profeten en predikers, zoals Mohammed en Jezus,om de mensen te informeren over Hem. Zoveel mensen, zo veel smaken, en God speelt hier op in !

De geschriften kennen geen tegenstrijdigheden, enkel verschillen in interpretatie. Zeker als we kijken naar het geweld in deze tijd vinden we helaas afwijkende interpretaties. Het gebod ‘Gij zult niet doden’ wordt bijvoorbeeld totaal niet nageleefd, mensen (en dieren) worden in naam van God gedood. Dit is geen kwestie van God, dit zegt alleen iets over Zijn ‘volgelingen’. Al met al zouden we in vrede moeten leven met onszelf en met de andere mensen die God vereren.

Praise the Lord of, zoals George Harrison zong in ‘My sweet Lord’: Halleluja, Hare Krishna!

Q: Studeren en Mediteren, gaat dat wel samen?

Toegewijden van Sri Krishna kunnen we overal vinden, in tempels, op straat, in winkels, op scholen en bedrijven, met allemaal het zelfde doel. “ het streven naar Liefde voor God”.

Er zijn toegewijden die in een tempel wonen, zij staan om vier uur op, verzorgen& volgen de ere diensten en doen service in en voor de tempel (oa: boekverkoop, rondleidingen geven, schoonmaken, koken en studeren). En er zijn toegewijde die voor hun familie zorgen, studeren en buiten de tempel werken. De omstandigheden waarin toegewijde verkeren variëren nog al per situatie maar de basis blijft het zelfde en volgen ze dezelfde filosofie.

Studenten die geregeld naar de tempel komen vragen zich soms af of ze met hun studie moeten stoppen en met een geschoren/bedekt koppie in de tempel moeten gaan wonen omdat ze anders geen Krishna Bewustzijn kunnen beoefenen. Ook mensen met een gezin of drukke baan hebben soms het idee dat ze geen vooruitgang kunnen maken of een spiritueel leven kunnen leiden omdat ze zoveel verplichtingen hebben en niet vaak naar de tempel kunnen komen.

Maar alles wat we doen en gebruiken kunnen we spiritueel maken – alle materiele zaken op aarde kunnen we gebruiken in Krishna`s dienst. Een mes bijvoorbeeld, zal in de handen van een crimineel gereedschap zijn dat verwonden en/of doden als doel heeft, het mes op zich bevat geen goede en slechte kwaliteiten, het is het bewustzijn van de gebruiker dat bepaald welke energie het met zich meedraagt. Dus in de handen van een spiritueel beoefenaar zal het mes een spirituele lading met zich meedragen o.a. wanneer we er groente voor Krishna mee snijden.

Prabhupada gaf het voorbeeld van een ijzeren staaf, wanneer je deze in contact brengt met vuur neemt het dezelfde kwaliteiten als het vuur aan en zal het een hete en gloeiden bedoeling worden.

Zo is het ook met onze kwaliteiten, kennis en vaardigheden, het gaat er dus om hoe we ze doen en met welke intenties. Als je ze in Krishna bewustzijn gebruikt kan je zeker spiritueel groeien ondanks dat je buiten de tempel woont, zeker waneer je jou huisje al een tempel behandeld en je studie behandeld als jou service voor Krishna.

Ware het niet dat plaats en omstandigheden daadwerkelijk invloed kunnen hebben, het Krishna bewustzijn beoefenen is immers intenser en leuker als je samen met andere toegewijde bent, vandaar dat het constructief werkt als je probeert vaak de omgang met toegewijde op te zoeken. Prabhupada legde ons ook uit dat zonder omgang met de toegewijde het haast onmogelijk is Krishna bewust te worden. Want door de omgang leren we veel over Krishna, de filosofie, die etiketten en maken we vooruitgang omdat we met ook ons zelf geconfronteerd worden.

Voor de studenten onder ons, is het raadzaam om je studie af te maken je kan zoveel beteken voor de wereld met jou kennis en vaardigheden en het bewustzijn dat je bejegend.

Laat medestudenten en docenten zien wat je kan, dat je jij best doet voor je studie je verantwoordelijkheden nakomt , dat je voor andere mensen klaar staat en ondertussen een prachtige filosofie beoefent. Op die manier zullen mensen geïnspireerd raken, bevriend met je willen zijn en jouw ‘geloofsovertuiging’ respecteren (en wie weet overnemen) zodat het praktiseren nog gemakkelijker voor je wordt en je een fijne basis creëert om over Krishna te spreken. Want zo zegt Krishna in de Bhagavad Gita: “Hij die over Mij spreekt is Mij het meest dierbaar”.

Q: Wie is Srila Prabhupada ?

Srila Prabhupada is de oprichter-acarya van de Internationale Gemeenschap voor Krishna Bewustzijn(ISKCON), gesticht op 1966 te New York. Srila Prabhupada heeft eigenhandig een wereldwijde gemeenschap opgezet voor het ontwikkelen en verspreiden van liefde voor God, Krishna.
» Lees hier meer over Srila Prabhupada

Q: Wat is ISKCON ?

De Internationale Gemeenschap voor Krishna Bewustzijn (ISKCON=International Society for Krishna CONsciousness) werd in 1966 opgericht door Zijne Heiligheid A.C Bhaktivedanta Swami Prabhupada in New York.Het is gebasseerd op de eeuwenoude filosofische leer en tradities van de Gaudiya-vaisnava Sampradaya, zoals onder andere beschreven staan in onze hielige boeken zoals de Bhagavad-gita en de Srimad-bhavagatam.

Intussen is ISKCON, of beter bekend als de Hare Krishna Beweging, uitgegroeid tot een wijdverspreide organisatie van tempels, boerderijen, restaurants en predik centra aanwezig over de hele wereld. Het bestaat uit zo’n 10.000 toegewijden (volgers) en 250.000 congregratie leden. Met wereldwijd 350 centra, 60 boerderijen, 50 scholen en 60 restauranten vindt u ons in bijna elke grote stad.

Het doel van ISKCON is om mensen te introduceren met Krishna bewustzijn en al haar aspecten om hen gelukkiger te maken. Srila Prabhupada heeft 7 duidelijke doelstellingen geformuleerd voor ISKCON, namelijk :

De zeven doelen van ISKCON

* Het stelselmatig overdragen van geestelijke kennis onder alle lagen van de bevolking en het onderrichten van alle mensen in de technieken van het geestelijk leven met als doel de aantasting van de levenswaarden tegen te gaan en tot werkelijke eenheid en vrede in de wereld te komen
* Het uitdragen van het Krishna-bewustzijn, zoals dat uiteengezet wordt in de Bhagavad-Gita en het Srimad Bhagavatam
* Het samenbrengen van de leden van de gemeenschap om hen dichter bij Krishna, het Opperwezen, te brengen, waardoor zowel bij de toegewijden als bij de rest van de mensheid het bewustzijn wordt ontwikkeld dat elke ziel een volkomen deeltje van God of van Krishna is
* Het voorgaan in en aanmoedigen tot Sankirtan, het gemeenschappelijk chanten van de heilige namen van God, zoals aanbevolen in het onderricht van Sri Caitanya Mahaprabhu
* Het vestigen van een heilige plaats, gewijd aan het transcendentale spel en vermaak van de Allerhoogste Godspersoon, Krishna, voor de leden en alle andere mensen
* Het samenbrengen van de leden teneinde een eenvoudiger en meer natuurlijke levenswijze te propageren
* Het uitgeven en verspreiden van tijdschriften, boeken en andere publicaties met als doel bovenstaande doelstellingen te verwezenlijken.

Q: Waarom verkopen jullie boeken op straat?

Moet dat nou, in je oranje flapperjurk de straat op om in weer en wind boeken aan onschuldige voorbijgangers te slijten? Waarom leggen jullie zo ontzettend de nadruk op het produceren en verspreiden van jullie literatuur, er zijn toch ook andere manieren om jullie beweging te propageren? Het antwoord komt deze keer van Srila Prahubpada zelf, wiens onvermoeibare enthousiasme op het gebied van boeken ons inspireert om in zijn voetsporen te treden.

De boeken en tijdschriften zijn ons belangrijkste propaganda wapen om de ontwetendheid van maya’s illusionerende leger mee te verslaan, en hoe meer we zulke literatuur produceren en ze wereldwijd veelvuldig verkopen, deste meer zullen we de wereld bevrijden van haar koers op zelfvernietiging. Jullie werk van het produceren en verspreiden van boeken is dus het belangrijkste predikwerk, en moge Krishna je meer en meer zegenen. Bedankt dat jullie me op deze manier helpen.
(Brief aan Jayadvaita, 18 nov 1972)

Mij Guru Maharaja vroeg me: “Als je wat geld hebt, druk dan boeken”[…] Guru Maharaja zei: “Sinds we die tempel van marmer in Bagh Bazaar hebben is er zoveel onenigheid. en iedereen is bezig met ‘wie gaat er in deze kamer, en wie in die kamer, of in die?’. Ik wil daarom deze tempel en het marmer verkopen, en boeken drukken.” Jazeker. Dus ik maakte uit zijn woorden op dat hij heel erg gesteld was op boeken. en hij zei persoonlijk tegen me dat als ik wat geld had, ik boeken moest drukken. Daarom leg ik hier zoveel nadruk op: “Waar blijven de boeken? Waar blijven de boeken? Waar blijven de boeken?” [De geleerde wetenschappers waarderen onze beweging nu omdat ze onze boeken lezen.] Dus help me alsjeblieft. Dat is mijn verzoek. Druk zoveel mogelijk boeken in zoveel mogelijk talen en verspreid ze over de hele wereld. Dan zal onze beweging voor Krishna-bewustzijn automatisch groeien.
(Aankomst toespraak, Los Angeles, 20 jun 1975)

Dit, onze boekverspreiding, is de belangrijkste taak van onze gemeenschap. Daarom benadruk ik het zo en werk ik er zo hard aan. Omdat het mijn hart en ziel is, volgens de opdracht van mijn Guru Maharaja. En door zijn genade is het een behoorlijk succes. En ik nam het serieus. Ik neem het nog steeds serieus. Dat is mijn hart en ziel. Ik heb nooit geprobeerd om in India grote tempels te bouwen of zelfs in jullie land hebben we dat niet gedaan. Ik heb dat nooit geprobeerd. Maar ik heb persoonlijk boeken verkocht. Dat is de geschiedenis.
(Gesprek, Bombay, 31 dec 1976)