Krishna zegt dat geboorte, ziekte, ouderdom en dood bij het materiële leven horen. Maar hoe om te gaan met ziekte?
Door : Bhn. Marina
Ook ik was de afgelopen weken slachtoffer van het griep virus, wat resulteerde in twee weken van zwakte. Terwijl ik dit schrijf voel ik me nog steeds conditie loos en hoor ik zelfs met verstopte oren mijn bedje schreeuwen. Ineens merk je dat de gewone dingen als school, werk en sporten niet meer mogelijk zijn en dat je bent aangewezen op jezelf, je eigen geest en Krishna`s genade. Al mijn plannen en afspraken (om van het even te genieten) moesten plaats maken voor verplichte rust en ik werd gedwongen om weer na te denken over wie ik werkelijk ben en wat Krishna-bewustzijn voor mij betekent. Ziek zijn is toch een beetje een testje of je je Krishna in moeilijke tijden ook herinnert ( en erger nog: of je je Krishna wilt herinneren) .
Ziekte is geen straf.
We mogen dan wel spirituele zielen zijn, vol van gelukzaligheid en toewijding maar in dit even bevinden we ons in een materieel mensenlichaam en zitten we als het ware gevangen. We kunnen moeilijk handelen vanuit onze oorspronkelijke gedaante en de sprankelende energie is bedekt met de mantel van lichamelijk comfort. De materiële energie geeft ons lichaam namelijk genoeg genot om de gevangenschap wat comfortabeler e maken, waardoor we minder snel een zoektocht naar ons ware ik houden. Er is hier op aarde immers genoeg om van te genieten: luxe, veel eten en drinken, mooie kleren, seks, you name it! Daardoor staan we niet zo stil bij de zin van het leven en vergeten we dus wie we werkelijk zijn. Op het moment dat er iets mankeert aan ons lichaam of wanneer we ziek worden, zien we weer in dat we gebonden zijn aan de staat van onze gezondheid en dat ons lichaam sterfelijk is. Sterker nog we worden met onze neus op de feiten gedrukt dat we spirituele zielen zijn die hier niet thuis horen. In tijd van ziekte kunnen we weer een balans maken van de wijze waarop we ons leven indelen en wat versterkt of (opnieuw) ontwikkeld dient te worden. Als je het zo bekijkt is ziekte dus geen straf, maar genade en reiniging. Het is echter zaak om zo snel mogelijk weer beter te worden natuurlijk, om je toegewijde dienst weer te hervatten. Pijn lijden is nu eenmaal geen ki jay (red. betekent overwinning)
Onverminderd
Srila Prabhupada was altijd erg begaan met de gezondheid van de toegewijden; hij vond dat toegewijden goed moesten zorgen voor hun lichaam omdat dit een instrument is in Krishna`s dienst. “waneer je griep hebt, kan je beter zoveel mogelijk rusten totdat je jezelf weer beter voel, in plaats van vermoeiend werk te doen” ( Brief van Srila Prabhupada, 16 januari 1969) Srila Prabhupada was een zuivere toegewijde van Heer Krishna. Hij bevond zich op het spirituele platform en verdroeg alle ongemakken van zijn lichaam. Zo vertelde hij ooit aan zijn toegewijde dat hij leed aan pijnlijke ruisingen in zijn hoofd waardoor hij ‘s nachts niet kon slapen. Toch werkte hij er niet minder door en zette
zich voor de volle honderd procent in om zijn missie te volbrengen en Krishna te dienen.
Blijven bidden
Hij wees de toegewijden er op dat ze ( indien mogelijk) altijd door moesten chanten, ook in tijden van ziekte, en dat er indien nodig een dokter en medicijnen aan te pas moesten komen. Prabhupada noemde de toegewijden ook wel eens ‘soldaten in de oorlog tegen maya, die lichamelijke of geestelijke verwondingen op kunnen lopen waarvoor gezorgd moest worden’. Hierbij moet ‘vriendelijkheid’, een van de 26 kwaliteiten van een vaisnava, worden toegepast. Krishna`s toegewijden zullen elkaar dus altijd helpen in tijden van nood. Want er komt voor ons allemaal een moment dat we ons lichaam moeten verlaten. Tot die tijd is het belangrijk om het lichaam als de woning van onze ziel en de tempel van God te zien. Dus zorg er goed voor … maar zorg nóg beter voor de ziel en dat doe je door te chanten!


