Is het doel van het leven om veel geld te verdienen? Om een gelukkig gezin te hebben? Of om te proberen het leed in de wereld te verminderen? Er zijn duizenden antwoorden mogelijk op deze vraag. Wat zullen de wijzen hierop te zeggen hebben?
Aangezien we eigenlijk niet tot deze materiƫle wereld behoren, zou het doel van het leven moeten zijn om terug te gaan naar waar we wel thuishoren, om terug te keren naar de plek die eeuwig is, vol van kennis en gelukzaligheid.
Wat is de identiteit van de ziel? Ze is een eeuwige dienaar van God: Jevera ‘swarupa’ haya–krneera ‘nitya-dasa. Als je erover nadenkt, brengen we ons hele leven dienend door. We dienen onze familie, we dienen ons bedrijf, we dienen ons land. We dienen zelfs onze huisdieren. We kunnen er niet aan ontsnappen om iets of iemand te dienen. Daarom is de vraag: wie of wat is het beste object om te dienen? Of bij wie of wat zal ons leven geperfectioneerd worden als we dat dienen? Een verhaal om dit te illustreren:
Er was eens een eenvoudige dorpsbewoner die een brandend verlangen had om de grootste persoon te dienen. Hij was er tevreden mee dat hij de burgemeester op verschillende manieren kon dienen. Op een dag bezocht de gouverneur het dorp, en de dienaar besefte dat zijn lokale chef ook een bediende was — die van de gouverneur. Daarop vroeg hij om overgeplaatst te worden tot de dienst van de gouverneur. De gouverneur accepteerde hem, en de man was opnieuw gelukkig met zijn nieuwe meester. Maar al gauw realiseerde hij zich dat de gouverneur belasting betaalde en zijn respect betuigde aan de koning. De man die de grootste van dienst wilde zijn kreeg het voor elkaar om direct onder te koning te mogen gaan dienen.
Hij was nu helemaal tevreden, en de koning behandelde hem als zijn favoriete bediende. Maar op een dag zag de man dat de koning alleen het woud in ging om een wijze te aanbidden en te dienen. De dienaar van de koning benaderde later die leermeester: “U moet de grootste persoon zijn omdat zelfs de koning u dient. Laat me alstublieft uw dienaar zijn. ” De asceet antwoordde dat hij een nederige dienaar was van God. De eeuwige dienaar vroeg toen waar hij God kon vinden, en de goeroe verwees hem naar de tempel. Vol verlangen ging de dienaar naar de tempel en ontving een rechtstreekse aanwijzing van God dat hij inderdaad werd geaccepteerd als Zijn dienaar. Uiteindelijk had de ambitieuze dienaar van de grootste zijn doel bereikt; een positie als de dienaar van de grootste van allemaal.
God belooft dat hij volledig toegewijde dienaar zal beschermen, en dat de dienaar na het verlaten van zijn lichaam naar de spirituele wereld zal terug gaan om zijn dienst te vervolgen. Hij hoeft daarna nooit meer terug te keren naar deze materiƫle wereld.


