Top navigation

Wie Ben Ik?

Jij bent niet jou lichaam…

Iedereen is èèn van de ontelbare spirituele zielen afkomstige van Krishna. Hoewel zowel wij zielen als Krishna spiritueel zijn, zijn we nooit gelijk aan Hem. Het is als de krachtige zon, en wij zijn als de kleine deeltjes zonneschijn.Net als God hebben we een lichaam en zijn we eeuwige bewuste wezens vol van geluk. We bezitten dezelfde wonderbaarlijke spirituele kwaliteiten als God, echter niet in dezelfde kwantiteit als God.

De essentie van ons bestaan is onze eeuwige relatie met Krishna. Realisatie van het zelf betekent het ontdekken van deze relatie, die we op dit moment zijn vergeten. Het beste wat we kunnen doen met onze vrije wil, die deel is van onze spirituele natuur, is beginnen met het proces van Bhakti yoga en zo onze echte identiteit te laten ontwaken.

Meerdere Levens
Het leven dat we nu leiden is niet ons enige leven. We hebben er vele gehad. De vonk van bewustzijn in ons binnenste – het zelf, de ziel, of hoe je het ook wilt noemen – heeft geen begin en geen einde. Het kan niet geraakt worden door een mes, niet verbrand worden door vuur, en niet door de wind worden weggeblazen.

Die vonk van leven verhuist steeds van het ene naar het andere lichaam. Eerst heb je het lichaam van een kind. Dan krijg je het lichaam van een jonge volwassene. Vervolgens krijg je een lichaam van middelbare leeftijd, en daarna het lichaam van een bejaarde. Toch ervaar je jezelf in al die lichamen als dezelfde persoon. Dat is omdat je dezelfde persoon bent. Alleen je lichaam is veranderd. Je lichaam verandert, en jij blijft altijd dezelfde. Jij en je lichaam verschillen dus van elkaar. Je bent je lichaam niet.

De laatse verandering in het lichaam is datgene wat we de “dood” noemen. Maar het is niet echt een eindpunt. Het is weer een overgang. Zoals je van je kinderjaren naar je jeugdige jaren naar ouderdom overgaat, zo ga je ook na de dood verder in een nieuwe kringloop door geboren te worden in een nieuw lichaam. Datgene wat we in dit leven doen is bepalend voor het volgende, net zoals wat we op school doen bepaalt waar we daarna naar toe gaan. In ons volgende leven kunnen we omhoog gaan, of naar beneden. Of we kunnen helemaal uit de kringloop bevrijd raken.

Onze Strijd met de Natuur
Waarom lijd ik? Meestal vanwege ons lichaam. Het is het lichaam dat verstoord is wanneer het weer te warm of te koud is. Het is het lichaam dat honger en dorst lijdt. Wanneer botten breken, spieren pijnlijk zijn, of een virus een aanval doet is het opnieuw het lichaam dat het moet verduren. Of anders is het de geest. Het is de geest die zich zorgen maakt en angstig is. Het is de geest die moet weten om te gaan met verlangens, frustraties en teleurstellingen.

Maar volgens de Vedische geschriften, zijn het lichaam en de geest slechts grove en subtiele bedekkingen voor de ziel. De ziel krijgt het nooit te warm of te koud, kan nooit breken of pijn hebben. Maar wanneer de ziel zich met het lichaam identificeert…

Iedereen wil gelukkig zijn. Dat is het wezen van de ziel. De ziel heeft vooral drie kwaliteiten; ze is eeuwig, vol van kennis en altijd gelukzalig. Dat is waarom we niet dood willen gaan of lijden, en waarom we willen weten hoe de wereld om ons heen werkt. En daar zit het probleem: hoe kan een geestelijke ziel voortdurend en compleet gelukkig zijn in de materiële wereld? Als je een vis uit het water haalt – het maakt niet uit hoeveel luxe je de vis aanbiedt – hij kan niet gelukkig worden. Hij zal simpelweg sterven. En omdat we allemaal spirituele zielen zijn kunnen we van nature niet volledig gelukkig zijn in de materiële wereld, die wordt beschreven als een plaats van ellende (duhkhalayam) en tijdelijkheid (asasvatam).

Met een juiste visie op de aard van het lichaam, de ziel en de materiële wereld, kunnen we leren om boven de identificatie met het lichaam uit te stijgen, zelfs wanneer we ons nog in dit lichaam bevinden. En zo kunnen we onaangetast blijven voor de onvermijdelijke problemen van het leven zoals geboorte, dood, ouderdom en ziekte.