Damodara maand

De maand Kartik staat ook bekend als Radharani’s maand omdat deze maand heel dierbaar is aan Srimati Radharani. De toegewijden offeren iedere dag een lampje aan Heer Damodara (Krishna) en zingen de Damodarastakam gedurende deze maand. In deze heilige maand wordt aanbevolen om elke dag een lampje te offeren aan Sri Damodhar Krishna. Hierbij wordt ook de Damodharastakam gezongen.

Liedtekst met vertaling

(1)
namāmīśvaram sac-cid-ānanda-rūpam
lasat-kuṇḍalam gokule bhrājamanam
yaśodā-bhiyolūkhalād dhāvamānam
parāmṛṣṭam atyantato drutya gopyā


Aan de Allerhoogste Heer, wiens gedaante de belichaming is van eeuwig bestaan, kennis en gelukzaligheid, wiens haaivormige oorbellen heen en weer slingeren, die prachtig schittert in het goddelijke rijk van Gokula, wie (vanwege de overtreding van het breken van de pot yoghurt die Zijn moeder tot boter aan het karnen was en vervolgens de boter stal die aan een schommel werd gehangen) snel weg rent van de houten vijzel uit angst voor moeder Yasoda, maar ze kon hem te pakken krijgen omdat ze met grotere snelheid achter Hem aankwam – Aan die Allerhoogste Heer, Sri Damodara, bied ik mijn nederige eerbetuigingen.


(2)
rudantam muhur netra-yugmam mṛjantam
karāmbhoja-yugmena sātańka-netram
muhuḥ śvāsa-kampa-trirekhāńka-kaṇṭha-
sthita-graivam dāmodaram bhakti-baddham


(De stok in Zijn moeders hand ziende) Hij huilt en wrijft keer op keer in Zijn ogen met Zijn twee lotushanden. Zijn ogen zijn gevuld met angst, en de parelketting om Zijn nek, die gemarkeerd is met drie lijnen als een schelp, trilt vanwege Zijn snelle ademhaling als gevolg van het huilen. Aan deze Allerhoogste Heer, Sri Damodara, wiens buik niet met touwen is gebonden maar met de pure liefde van Zijn moeder, bied ik mijn nederige eerbetuigingen.


(3)
itīdṛk sva-līlābhir ānanda-kuṇḍe
sva-ghoṣam nimajjantam ākhyāpayantam
tadīyeṣita-jñeṣu bhaktair jitatvam
punaḥ prematas tam śatāvṛtti vande


Door dergelijk kindertijdverdrijf als dit dompelt Hij de inwoners van Gokula in poelen van extase, en onthult aan die toegewijden die verzonken zijn in kennis van Zijn allerhoogste majesteit en weelde, dat Hij alleen wordt overwonnen door toegewijden wiens pure liefde doordrenkt is van intimiteit en is vrij van alle opvattingen over ontzag en eerbied. Met grote liefde breng ik steeds opnieuw, honderden keren mijn eerbetuigingen aan Heer Damodara.


(4)
varam deva mokṣam na mokṣāvadhim vā
na canyam vṛṇe ‘ham vareṣād apīha
idam te vapur nātha gopāla-bālam
sadā me manasy āvirāstām kim anyaiḥ
O Heer, hoewel U in staat bent om allerlei soorten zegeningen te geven, bid ik U niet om de zegen van onpersoonlijke bevrijding, noch om de hoogste bevrijding van het eeuwige leven in Vaikuntha, noch om enige andere zegen (die kan worden verkregen door de negen processen van bhakti). O Heer, ik wens eenvoudigweg dat deze vorm van U, als Bala Gopala in Vrindavana, ooit in mijn hart mag worden gemanifesteerd, want wat heb ik aan een andere gunst dan deze.


(5)
idam te mukhāmbhojam atyanta-nīlair
vṛtam kuntalaiḥ snigdha-raktaiś ca gopyā
muhuś cumbitam bimba-raktādharam me
manasy āvirāstām alam lakṣa-lābhaiḥ
O Heer, Uw lotusgezicht, dat is omhuld door lokken zacht, zwart haar getint met rood, wordt keer op keer gekust door moeder Yasoda, en Uw lippen zijn roodachtig als de bimba-vrucht. Mag dit prachtige visioen van Uw lotusgezicht zich ooit in mijn hart manifesteren. Duizenden en duizenden andere zegeningen hebben geen zin voor mij.


(6)
namo deva dāmodarānanta viṣṇo
prasīda prabho duḥkha-jālābdhi-magnam
kṛpā-dṛṣṭi-vṛṣṭyāti-dīnam batānu
gṛhāṇeṣa mām ajñam edhy akṣi-dṛśyaḥ


O Allerhoogste Godheid, ik bied U mijn eerbetuigingen. O Damodara! O Ananta! O Vishnu! O meester! O mijn Heer, wees tevreden over mij. Door Uw blik van genade op mij te werpen, bevrijd U deze arme, onwetende dwaas die is ondergedompeld in een oceaan van wereldse smarten, en wordt zichtbaar voor mijn ogen.


(7)
kuverātmajau baddha-mūrtyaiva yadvat
tvayā mocitau bhakti-bhājau kṛtau ca
tathā prema-bhaktim svakām me prayaccha
na mokṣe graho me ‘sti dāmodareha


O Heer Damodara, net zoals de twee zonen van Kuvera – Manigriva en Nalakuvara – werden verlost van de vloek van Narada en door U tot grote toegewijden werden gemaakt door Uw gedaante als een baby die met touw aan een houten vijzel was vastgebonden, gun mij op dezelfde manier alstublieft Uw eigen prema-bhakti. Ik verlang alleen maar daarnaar en heb geen verlangen naar enige vorm van bevrijding.


(8)
namas te ‘stu dāmne sphurad-dīpti-dhāmne
tvadīyodarāyātha viśvasya dhāmne
namo rādhikāyai tvadīya-priyāyai
namo ‘nanta-līlāya devāya tubhyam


O Heer Damodara, ik breng allereerst mijn eerbetuigingen aan het schitterend stralende touw dat Uw buik bindt. Ik bied vervolgens mijn eerbetuigingen aan Uw buik, die de verblijfplaats is van het hele universum. Ik buig nederig voor Uw meest geliefde Srimati Radharani, en ik breng alle eerbetuigingen aan U, de Allerhoogste Heer, die onbeperkt spel en vermaak vertoont.